(Levens)Verhalen


» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ... 13» Volgende»     » Dia Voorstelling

Inbraak en diefstal bij onze oudbetovergrootvader door Bokkerijders



Inbraak en diefstal bij onze oudbetovergrootvader


In 1767 werd bij Arnoldus Maassen in Geulle ingebroken. De dief is door een gat in de wand van de schuur binnen gekomen. Gestolen werden twee vaten koren, twee of drie vijlen, een schoenmakerstang en leer. Indertijd heeft Arnold deze inbraak niet bekend gemaakt omdat hij bang was voor weerwraak. Pas zes jaren later bleek dat de dader  Pieter Pieters, alias "Het Leemkuijken", was die tot de bokkerijdersbende behoorde. In 1773 vond het proces plaats en werd Pieter Pieters opgehangen. Een en ander is te lezen in de Criminele Rolle van de schepenbank Geulle, inventaris 5722, folio 56.             
          

Arrestatie van enige bokkerijders


Bij een inbraak in de Caumermolen bij Heerlen in december 1772, werden enige leden van de bende op heterdaad betrapt en gevangen genomen, onder hen bevond zich een zekere Dirk Hersteler van Elsloo. Deze Dirk had men zover weten te brengen, dat hij de namen noemde van zijn maten, onder wie Pieter Pieters van Geulle.
        

Proces Transcriptie van de tekst in inv.5722
       

Sententie in saecke den Heer Crimineele Officier der Heerlijkheid Geul Nomine officier-Clager tegens Pieter Pieters alias Leemkuijken en omtrent twee en veertigh jaeren geboortigh van Geul gedetineerde en beklaagde. Visis Actis (gezien) naementlijk alle verbalen en decreten in saeke gehouden en gegeven neffens acten en actitaten in formatien, confrontatien ende resonsiven van den beklaagden, mitsgaeders schriften van claght en conclusie van de Heer klager,   bijzonder de eijgene confessie buyten pijn en banden van eyser gedaen, uit de welke is komen te consteeren, dat hij, geassocieert met een groote Bende Booswichten en nagtdieven, sigh aen verscheyde Huysbraeken en geweldige Diefstallen heeft schuldigh gemaekt ende geassisteert; gelijk mede dat hij present is geweest bij het doen van den eed en Duyvelscontract in eenen capelle leggende in een Bosse op eenen bergh; sijnde gemelden Eed volgens bekentenisse van den beklaagden van den volgende inhoud:

 

Eed: Eerstelijk, dat diegene, dewelke voorscyden eed presteerden, God moesten afsweeren en de duivel toesweeren sigh tot alle quaed soo van stelen, moorden als branden overgevend; dat neerstigh ter kerke onder schijn van Godts vrught moesten komen; Dat niemand van hunne complicen moghten beklappen; dat in handen van justitie gerakende en door de pijne van torture genoodsaekt wordende om de geperpetreerde euveldaden te bekennen ende complicen te noemen; sy als dan ter plaetse van de Executie gebracht wordende, alles moesten herroepen.

Feiten:         

  • Beklaagde heeft sich over eenige jaeren schuldigh gemaakt aen de Huysbraak en diefstal begaen ten huyse van een jode wonende tot Elsloo, alwaer hij door eene vinster uijt dewelke eene ruyte was gebrooken is ingeklommen, en in het Huys gekomen sijnde uyt eene kast en eene kamer aldaer staende, gestoolen heefft omtrent hondert rijxdaalder contant gelt welke hij met een sleutel heefft geopent die hij uyt den sack van de vrouw van voornoemde Joode genomen hadde.
  •          
  • Gelijk hij beklaagde insgelijx bekent heefft omtrent ses jaeren geleeden ten huyse van Arnold Maassen huysbraak te hebben gedaen en uyt gemelte huys twee vaten koorn, twee of drye vijlen, neffens een schoenmakerstange en eenigh leer gestoolen te hebben sijnde hij beklaagde in het selve huys gekomen, nadat alvorens een gat in den want van de schuer gebrooken hadde.
  •          
  • Vervolgens heefft hij bekaagde bekent plightigh te wesen aen de Huysbraek en dieffstal begaen ten huyse van Boerjan alias Jan Boers tot Geul, alwaer hij des naghts door eene aghterdeur van den stal in huys gekomen sijnde, gestolen heefft een stuck speck, twee schencken benevens eenige hemden en omtrent aght schellingen aen gelt.
  •          
  • Beklaagde bekent omtrent twee jaeren geleden ten huyse van Reynier Jansen te Geul gestolen te hebben een schenck en twee cahotten oortjens alvoren de huysdeur met een gaffel opengebrooken te hebben.
  •          
  • Huysbraak begaen ten huyse van Walraeven in den Maaskant over omtrent 17 jaeren geleden alwaer als schiltwaght gestaen heefft.
  •          
  • Huysbraak bij Martinus Schreuders aen de "hand" voor elff jaeren geleden alwaer hij beklaagde omtrent een scheutwegh van het huys op schiltwaght gestaan heefft.
  •          
  • Beklaagde bekent hantdaedigh geweest te sijn aen een dieffstal over omtrent drije jaeren geschiet bij den pastor tot Heugem in het Gulikerland, alwaer den selven op schiltwaght gestaen heefft en nae den begaene dieffstal hem een kleijn pakje gegeven is waerin eenige hemden en een paer koussen.
  •          
  • Beklaagde heefft geassisteert bij den Huysbraak begaen bij juffrouw Kleijntjens tot Havert mede omtrent drye jaeren geleden, alwaer nae dat het huys door desselfs complicen met een ijzeren hefboom was opengebroken hij beklaagde in gemelte huys is gegaen en siend dat zijn complicen sterk genoeg waren om den dieffstal te volvoeren wederom terugh gekeert is, tot aen de weyde alwaer hij den overigen tijd op schiltwaght gestaen heefft.
  •          
  • Insgelijx heefft den beklaagde bekent present geweest te sijn bij eene huysbraak en dieffstal begaen bij Millen omtrent 12 jaeren geleden.
  •          
  • Alsook bij den huysbraak en diefstall begaen  tot Schinnen bij eenen tapper wonende aen de kerk, alwaer hij beklaagde op schiltwaght was gestelt.
  •          
  • Verder heefft den beklaagde bekent geassisteert te hebben bij den Huysbraak en dieffstal gepleegt bij Ritsen in het Panhuys over omtrent 11 jaeren geleden bij de welcke hij insgelijx op schiltwaght gestaen heefft.
  •          
  • Mede heefft denselven bekent geassisteert te hebben bij de huysbraak dieffstal begaen bij Camps, aen het nieuw huys agter Schimmert bij dewelke hij mede op schiltwaght gestaen heefft.
  •          
  • Insgelyx heeft hij bekent ook geassisteert aen de huysbraak en dieffstal begaen eene huys gelegen in Heerle aen de linker zijde van het dorp inkomemde van Valckenbergh nae Heerle waervan de inwoonden hem onbekent zijn alwaer hij mede op schiltwaght gestaen heeft.
  •          
  • Alnogh heeft hij beklaagde bekent te hebben geassisteert bij de huysbraak en dieffstal gepleegt ten huyse van seeckeren Lonus tot Obbicht alwaer deselve ook een scheutwegh van het huys op schiltwaght gestaen heefft.
  •          
  • Voorts heeft de beklaagde bekent ook geassisteert te hebben bij de dieffstal en het steelen van eene Koeije aen een huys gelegen bij Hoensbroek omtrent twee of drye jaeren geleden. Vannwelcke bovengenoemde dieffstallen hij beklaagde bekent heeft de gestolen goederen geparticipeert en genoten te hebben.
  •          
  • Eijndelijk heeft hij beklaagde bekent plightigh te wesen aen het tentamen van den dieffstal, die hij nevens sijne complicen getraght heeft te ondernemen aen een plaats omtrent vier uyren aghter Zittart gelegen en soo als hij vermeent Roerdorp alwaer hij beklaagde op schiltwaght staande gewaerschout wier dat die naght aldaer niets te doen was.

 

Eis


En alsoo dier gelijke verbintenisse en gepleeghde euveldaden, dieffstallen en huysbraeken sijn feyten die in een land van goede justitie en politie niet kunnen worden getolereert, maer andere  ter exempel en affschrick behoren tegegegaen en gestrafft te worden. Soo is het dat Scheepenen der Heerlijkheijd Geull, Lande van Valkenborgh, partagie van haer Hooghm. in naeme en van wegens haer Hooghmogende de Heeren Staaten-generaal der verenigde Nederlanden ter manisse van den eerst Presideerende met assumtie van een onpartijdige rechtsgeleerde; reght doende: Condemneeren den beklaagde om gebracht te worden ter plaetse daer men gewoon is binnen dese Heerlijkheijd crimineele justitie te doen en aldaer aan den Scherpreghter overgeleverd sijnde door den       selven met de koorde te worden gestraft, dat er den dood nae volght, en dat vervolgens deselfs dode lighaem in een keten geklonken aen de galge sal blijven hangen, met condemnatie van den beklaagden in den costen en misen van justitie ter onser taxatie en moderatie, naer afftreck van welck sijne verdere goederen sullen wesen geconfisqueert. Aldus gesentieert in judico extraordinario den vierden seventhien hondert drye en seeventigh (1773) coram, omnibus Dnis scabinis (demptp Brull) (was getekent) Mr Cortius, Eichholz Hubert Nolens, J. Caseaux, S.Armand, Breb. van Deyck


       

Executie


Dese sententie is op 8 Oct. 1773 nae voorgaende klockengeluy gepronuntieert binnen de Heerlijkheyd Geull des voormiddagh voor de Brugge van het Casteel aldaer aen den Dorpwegh; waernae deselve immadiaet is worden ten uytvoer gebragh op de Limieten deser Heerlijkheyt op den Bergh nae de kant van Elsloo, ten overstaen van den Heer Crimineele Officier en gerigte deser Heerlijkheyd.



Verbonden metArnoldus Maessen

» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ... 13» Volgende»     » Dia Voorstelling