(Levens)Verhalen


» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 8 9 10 11 12 13 Volgende»     » Dia Voorstelling

Onze bet-overgrootmoeder gedagvaard



 Onze oudbetovergrootmoeder gedagvaard    



Op 15 september 1776 werd in Bunde een kind geboren met de naam Maria Gertrudis Vincken. Op zich geen bijzonderheid, maar wat wil het geval, het was een onecht kind. Dat was in die tijd een misdaad van de eerste
orde, een overtreding van het Egtreglement. Waarom interesseert dit ons? Nou toevallig was de vroedvrouw onze oud-betovergrootmoeder: Gertrudis Wijnants, de echtgenote van Arnoldus Maassen.
Direct nog geen reden om ons te verdiepen in deze misdaad maar ook onze oma was een crimineel omdat ze deze geboorte niet gemeld had. Ze moesten beiden verschijnen voor het gerecht en onze oma deed dat niet zondermeer.

Genealogische gegevens van de betrokkenen.

De genealogische gegevens: Maria Gertrudis werd gedoopt op 15 september 1776 in de St. Agnes kerk in Bunde en was de dochter van
Maria Elisabetha Vincken die werd gedoopt op 2 juli 1751 in Bunde. De ouders van de in
ontucht levende moeder waren Petrus Vincken (geb in 1717 te Casen, Bunde) en Anna Maria Loijens (van Meersen).  Grootvader Petrus en ene Maria Gertrudis Vincken waren de peter en de meter bij de doop, grootmoeder was  toen al meer dan 10 jaar dood (ze stierf op 1 augustus 1765). Lang heeft het onecht kind Maria Gertrudis niet geleefd want ze stierf op 15 maart 1778. Na de dood van haar dochter trouwde Maria Elisabeth Vinken op 13 juni 1779 met Hubert Servatius uit Berg.

Proces tegen Maria Elisabeth Vincken en Geertruyd Wijnands (archieven Landen van Overmaas, inv 5723)

Titel: Extraordonairoes sabbathi den 16 nov 1776 Op 16 november 1776 vernam de Heer Officier van de
Heerlijkheid Bunde dat Maria Elisabeth Vinken, dochter van Peter Vinken, in ontucht had geleefd en in ontucht een kind had gebaard, zonder dat zij wist te zeggen wie de vader was. En aangezien een zodanig ontuchtig leven en hoererij ongepermitteerd en ten enenmale strafbaar was werd Maria Elisabeth Vinken gedagvaard teneinde hierover verhoord te worden.Na verhoring en bekentenis is de Officier van mening dat de beklaagde veroordeeld dient te worden volgens het in die tijd geldende Egtreglement. Maria verschijnt op de rechtszitting en verklaart dat de vader van het kind een zekere Simon van Aubel is, die getrouwd is en woont als Scheeper op den Hoff in Weerd. Verder verklaart ze dat Geertruyd Wienands afkomstig uit Brommelen de vroedvrouw is, die tijdens de bevalling heeft geassisteerd.
De vroedvrouw Geertruyd Wijnands wordt eveneens veroordeeld omdat zij volgens het Egtreglement aan de Officier melding moet maken van de geboorte van een onecht kind. Geertrud, onze oud-betovergrootmoeder wordt eveneens gedagvaard, maar verschijnt in eerste instantie niet, waarna ze nog een keer wordt opgeroepen.
Maria Elisabeth, de moeder, wordt volgens de 64e acte van het Egtreglement, als voorbeeld dienende, tot één maand water en brood. Gertruyd Wijnands, de vroedvrouw, verklaart niet op tijd aanwezig geweest te zijn bij de bevalling. Bij haar aankomst was het kind reeds geboren. Verder verklaart ze dat haar nooit gezegd is, dat ze de geboorte van een onecht kind waarbij ze aanwezig, is moest melden bij de officier.  Ze wordt vrij gesproken.

Toepassing van het Egtreglement

 

In de Staatse delen van de Landen van Overmaas gold reeds sinds het midden van de zeventiende eeuw het "Egtreglement" van 18 maart 1656, waarbij bepaald werd dat eenieder wettelijk moest trouwen, ofwel ten overstaan van de hervormde predikant, ofwel ten overstaan van de schepenbank."  Geen rooms priester mocht iemand in ondertrouw    opnemen of trouwen. Deed hij 't toch, dan werd hij verbannen. Die zich door hem liet trouwen, moest een boete betalen van 100 car. gulden. In Limburg zijn huwelijken voor de schepenbank aangegaan in aantal te verwaarlozen, maar de inwoners van de Staatse gebieden trouwden wel voor de dominee. Een huwelijk van rooms-katholieken in de Staatse landen moet men dus altijd tevens zoeken in de hervormde kerkregisters. Deze huwelijksinschrijvingen zijn over het algemeen veel vollediger dan de katholieke: de predikant vermeldt in ieder geval de plaats van herkomst en soms ook de  ouders van de trouwlustigen, om de eenvoudige reden dat hij een "Hollander" is, en de mensen niet kent. De pastoor hoefde het voor zijn eigen administratie niet te vermelden: hij kende immers toch iedereen! Het Echtreglement werd niet systematisch in alle Generaliteitslanden toegepast. Ingevolge de capitulatie voorwaarden van 1632 was het in Maastricht niet van kracht. Geulle, Meersen en Borgharen behoorden tot de Generaliteitslanden waar het Egtreglement van kracht was, 1662-1758 (Staatse landen van Overmaas).


Verbonden metArnoldus Maessen; Maria Gertruda Wijnants

» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 8 9 10 11 12 13 Volgende»     » Dia Voorstelling