(Levens)Verhalen


» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Volgende»     » Dia Voorstelling

Kruitexplosie te Namen op 30 oktober 1790



Kruitexplosie te Namen op 30 oktober 1790


(overgenomen uit Limburgs Tijdschrift voor Genealogie 1992,  jaargang 20 pag. 115-116, L.]. Gubbels)

 

Alvorens nader in te gaan op deze verschrikkelijke gebeurtenis is het wellicht goed om enige voorinformatie te geven voor wat
betreft de betrokkenheid van mijn familie bij dit drama. Mijn voorvader van moederszijde, Theodorus Pieters, huwde op 1 december 1811 te Maastricht met Maria Johanna Perree. In de huwelijksbijlagen lezen we o.a. dat de ouders van Theodorus (NoŽl Pieters, en Maria Catharina Belaire), alsmede zijn grootouders van moederszijde (Guillaume Belaire en Angelic Bourgeaux) omgekomen zijn bij een kruitexplosie welke in de stad Namen in 1791 of 1792 plaatsvond (het juiste jaartal wist men blijkbaar niet).
Voorts dat deze voorouders niet waren opgenomen in de overlijdensregisters. Waarschijnlijk, omdat aanvankelijk niet alle slachtoffers van deze explosie bekend waren (identificatieplicht?). Ook de beroepen der verongelukte voorouders worden in deze bijlagen genoemd. De vader van Theodorus was luitenant bij de genie in Hollandse dienst. De grootouders waren schippers.

 

De ramp vond plaats op 30 oktober 1790. Het was marktdag in de stad. De markt in Namen werd vanouds druk bezocht. Dat kwam voornamelijk door het feit dat de stad zo gunstig gelegen was. Niet ver verwijderd van de markt lagen de kazernekwartieren der Oostenrijkse regimenten Vierzet en WŁrttemburg.
Bij deze kazernes behoorde ook de oude Hollandse, of ook wel Lutherse kerk, zoals deze in de volksmond genoemd werd. Sinds de aftocht der Hollanders in 1782 was deze kerk, voor wat betreft kerkelijke diensten, in onbruik geraakt. De
Oostenrijkers gebruikten het gebouw sinds enkele jaren als kruitmagazijn. Ook werden er de zogenaamde cartouches gevuld met kruit. Dat vullen gebeurde met de hand. Op 30 oktober waren er ongeveer twee honderd mensen mee bezig. Om half
elf s' morgens werd de stad plotseling opgeschrikt door een geweldige explosie, gevolgd door een enorme hete luchtverplaatsing. Het kruitmagazijn was in de lucht gevlogen! Het dak van de kerk verhief zich meer dan 30 meter in de lucht
en de vuurzee had een hoogte van minstens 100 meter. De ernaast liggende kazernegebouwen en ook verschillende andere gebouwen en vele huizen stortten in. Tot ver in de omtrek werden gebouwen en huizen beschadigd door rondvliegende
brokstukken. Maar dit alles woog niet op tegen het menselijke drama dat zich in die ene fatale seconde voltrok en waarvan de gevolgen in de meeste gevallen nog jaren zouden nawerken. Van de circa twee honderd mensen die op dat moment in het
kruitmagazijn werkzaam waren overleefde niemand de ramp. Verkoolde resten onder het puin vormden de stille getuigen van hun vreselijke lot. In de ingestorte kazernes verbleven zestig kanonniers. Hiervan werden er vier en veertig gedood.
Op een nabij gelegen wal, waarop ongeveer vijftig kinderen speelden, sloeg de explosie op een gruwelijke manier toe. Deze kinderen werden allen op een afschuwelijke wijze gedood. Vele marktbezoekers verloren eveneens het leven.
Door het grote aantal vreemden op de markt en omgeving kon het aantal doden slechts bij grove benadering geschat worden. Deze schattingen liepen uiteen van drie tot vier honderd doden. De chaos en paniek die er ontstonden direct na de
explosie moeten enorm geweest zijn.

 

Vele nabestaanden zochten nog dagen lang, meestal tevergeefs, in het puin naar omgekomen familieleden. De resultaten der identificaties zijn niet meer te achterhalen. Dit, omdat het archief tijdens de oorlog van 1914-18 veel brandschade heeft opgelopen en vele registers zich in een zeer slechte toestand bevinden. Een lijst, verstrekt door de pastoors van verschillende parochies, spreekt van vijf en negentig doden, als volgt verdeeld: St. Michiel 28, St. Jean l'Evangelist 17, St. Loup 8 en St. Jean Baptist 22. In de laatste parochie werd Theodorus in 1786 geboren. Totaal onbekend is het resultaat der identificaties van de vreemde marktbezoekers, mensen dus afkomstig van buiten de stad. Vast staat echter dat vele tientallen doden onherkenbaar
waren en derhalve niet in de overlijdensregisters werden opgenomen. Pastoors stuurden lijsten met namen der ergst getroffenen naar de Staten, teneinde iets te bereiken voor hun parochianen. Ook werden er lijsten met schadeclaims naar Brussel gestuurd, doch deze liepen veelal vast in de ambtelijke molens.


Uit het onderzoek bleek dat de arbeiders gedurende het werk in het kruitmagazijn rookten ...! De oorzaak moest derhalve aan onzorgvuldigheid toegeschreven worden!


Verbonden metMarie Catherine Belair; Joseph (NoŽl?) Pieters; Theodore Pieters

» Allemaal zien     «Vorige «1 ... 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Volgende»     » Dia Voorstelling