Marie Catherine Belair

Vrouwelijk - 1790


Persoonlijke informatie    |    Media    |    Aantekeningen    |    Alles

  • Geslacht  Vrouwelijk 
    Referentienummer  177 
    Overleden  30 okt 1790  Namen, Namen , Belgium Zoek alle personen met gebeurtenissen in deze plaats 
    Persoon-ID  I408  Maes-Kerbusch
    Laatst gewijzigd op  14 okt 2012 

    Vader  Guillaume Belair,   ovl. Ja, datum echter onbekend 
    Moeder  Marie Angelique Bourgeois,   ovl. Ja, datum echter onbekend 
    Gezins-ID  F128  Gezinsblad

    Gezin  Joseph (NoŽl?) Pieters,   ovl. 30 okt 1790, Namen, Namen , Belgium Zoek alle personen met gebeurtenissen in deze plaats 
    Getrouwd 
    • In de bijlagen bij het huwelijk van Theodorus Pieters en Maria Johanna Perree lezen we o.a. dat de ouders van Theodorus (Noel- en Maria Catharina Belaire), alsmede zijn grootouders van moederszijde (Guillaume Belaire en Angelic Bourgeaux) omgekomen zijn bij een kruitexplosie welke in de stad Namen in 1791 of 1792 plaatsvond (het juiste jaartal wist men blijkbaar niet). Voorts dat deze voorouders niet waren opgenomen in de overlijdensregisters. Waarschijnlijk, omdat aanvankelijk niet alle slachtoffers van deze explosie bekend waren.
      Ook de beroepen der verongelukte voorouders worden in deze bijlagen genoemd. De vader van Theodorus was luitenant bij de genie in Hollandse dienst. De grootouders waren schippers.

      Theodorus kon zijn geboorte en de overlijdens van zijn ouders en grootouders niet aantonen door het overleggen van uittreksels uit de parochieregisters van Namen. Hiertoe werd op 23 november 1811 door de kantonrechter Hubert Heckelers te Maastricht een akte opgesteld waarin genoemde redenen bekrachtigd werden. Zeven getuigen bevestigden en ondertekenden deze akte.

      Vandaag 23 november 1811 is voor ons Hubertus Heckelers, vrederechter van de sectie Zuid van de stad Maastricht, eerste arrondissement van de Nedermaas, verschenen de heer Theodore Pieters, zonder beroep, woonachtig in deze stad, welke ons heeft verklaard van plan is te gaan trouwen en dat hij niet in staat is zijn geboorte-akte te overleggen, zoals vereist wordt in artikel 70 van de Code Napoleon, omdat zijn vader, zijnde in militaire dienst, diens geboorte niet heeft laten inschrijven in het parochieregister van de geboorteplaats.

      Hij heeft verder verklaard niet te kunnen overleggen de afschriften van de overlijdensakten van zijn vader, zijn moeder en zijn moederlijke grootouders, die allen zijn omgekomen bij de ontploffing van een kruitmagazijn, die plaats vond in 1791 of 1792 in de stad Namen. Zij zijn niet ingeschreven in het overlijdensregister, waarschijnlijk omdat alle slachtoffers van die ontploffing niet meer geÔdentificeerd konden worden.

      Dat hij tevens niet kan overleggen de doodsafschriften van zijn vaderlijke grootouders en dat hij nooit de geboorteplaats van zijn vader gekend heeft.

      Daarom heeft de aanvrager ons verzocht een akte van notorietť op te stellen voor het vaststellen van zijn geboorte alsook het overlijden van zijn vader en moeder en verdere voorouders.

      Om aan die aanvraag te kunnen voldoen, zijn voor ons verschenen de heren Francois Joseph Bastin, kapelaan; Jacques Hardij, touwslager; Jean Baptiste Absil, Gregoire Davidson, alle twee steenhouwers; Joseph Laguesse, Pierre Masset, Rosier Massar, stucadoors; allen van bevoegde leeftijd en woonachtig in deze stad.

      Nadat ze verzocht zijn te bezweren de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid te vertellen, hebben ze ons verklaard genoemde heer

      Theodoor Pieters, zonder beroep en wonende in deze stad, heel goed te kennen en dat hij de wettige zoon is van NoŽl Pieters, in leven genie-officier in Hollandse dienst; en van Merie Catherine Belaire zijn echtgenote; met als laatste woonplaats Namen; dat hij geboren is te Namen in de loop van juni 1786 en dat de aanvrager zijn geboorte-akte om bovenvermelde redenen niet kan overleggen;

      dat zij eveneens gekend hebben wijlen Guillaume Belaire, in leven ?battelier?(schipper), en zijn echtgenote Marie Angelique Bourgeois te Namen, moederlijke grootouders van de aanvrager en dat genoemde vader, moeder, grootvader en grootmoeder op dezelfde dag gedood zijn bij de bovengenoemde ontploffing;

      dat zij nooit de vaderlijke grootouders van de toekomstige echtgenoot gekend hebben, net zo min als de plaats van herkomst van de vader; dat gezien de gevorderde leeftijd van de vader bij zijn overlijden, het meer dan aannemelijk is dat genoemde grootouders al lange tijd geleden gestorven zijn.

      Van alle verklaringgen hebben wij de voorliggende akte opgesteld en hebben de aanvragers met ons en de griffier getekend, met uitzondering van de heer Rosier Massar, die heeft gezegd niet te kunnen tekenen noch te kunnen schrijven.

      Maastricht, dag, maand en jaar als boven vermeld.

      Getekend ???. en geregistreerd ???..

      Het kan niet uitgesloten worden, dat meerdere familieleden verongelukt zijn bij dit drama. Zij zijn, evenals zovele ongelukkigen die dag, letterlijk in het niets verdwenen zonder enig spoor achter te laten.

      In tegenstelling tot wat ons de akte van rechter Hubert Heckelers toont, vond de ramp niet in 1791 of 1792 plaats, maar op 30 oktober 1790. Het nu volgende verhaal is een reconstructie uit de gegevens welke uit het Staatsarchief van Namen en het Kriegsarchiv te Wenen afkomstig zijn. Het Kriegsarchiv te Wenen, omdat op het moment van de explosie Oostenrijkse soldaten het bevel voerden in de stad.

      30 Oktober 1790 viel op een zaterdag. Het was marktdag in de stad. De markt in Namen werd vanouds druk bezocht. Dat kwam voornamelijk door het feit dat de stad zo gunstig gelegen was. De Maas en Sambre die hier samenvloeien vormden immers goede aan- en afvoermogelijkheden. Menige schipper verdiende zijn brood met het transporteren van goederen over deze rivieren. Vele boeren uit de omgeving trachtten hier hun produkten aan de man te brengen. Ook was er een levendige handel in vee.

      Niet ver verwijderd van de markt lagen de kazernekwartieren der Oostenrijkse regimenten Vierzet en WŁrttemburg.

      Bij deze kazernes behoorde ook de "oude Hollandse, of ook wel Lutherse kerk", zoals deze in de volksmond genoemd werd. Sinds de aftocht der Hollanders in 1782 was deze kerk, voor wat betreft kerkelijke diensten, in onbruik geraakt. De Oostenrijkers gebruikten het gebouw sinds enkele jaren als kruitmagazijn. Ook werden er de zogenaamde cartouches gevuld met kruit. Dat vullen gebeurde met de hand. Op 30 oktober waren er ongeveer twee honderd mensen mee bezig. Om half elf 's morgens werd de stad plotseling opgeschrikt door een geweldige explosie, gevolgd door een enorme hete luchtverplaatsing.

      Het kruitmagazijn was in de lucht gevlogen! Het dak van de kerk verhief zich meer dan 30 meter in de lucht en de vuurzee had een hoogte van minstens 100 meter. De naastliggende kazernegebouwen en ook verschillende andere gebouwen en vele huizen stortten in. Tot ver in de omtrek werden gebouwen en huizen beschadigd door rondvliegende brokstukken.

      Maar dit alles woog niet op tegen het menselijke drama dat zich in die ene fatale seconde voltrok en waarvan de gevolgen in de meeste gevallen nog jaren zouden nawerken.

      Van de circa twee honderd mensen die op dat moment in het kruitmagazijn werkzaam waren overleefde niemand de ramp. Verkoolde resten onder het puin vormden de stille getuigen van hun vreselijke lot.

      In de ingestorte kazernes verbleven zestig kanonniers. Hiervan werden er vier en veertig gedood.

      Op een nabij gelegen wal, waarop ongeveer vijftig kinderen speelden, sloeg de explosie op een gruwelijke manier toe. Deze kinderen werden allen op een afschuwelijke wijze gedood.

      Een ooggetuige direct na de ramp: "Men vond er niets dan armpjes en beentjes."

      Vele ledematen van deze kinderen werden teruggevonden op tientallen meters verwijderd van deze speelplaats.

      Vele marktbezoekers verloren eveneens het leven. De meesten waren onherkenbaar verminkt.

      Door het grote aantal "vreemden" op de markt en omgeving kon het aantal doden slechts bij grove benadering geschat worden. Deze schattingen liepen uiteen van drie tot vier honderd doden.

      Het aantal gewonden was ook zeer hoog. Men sprak van twee honderd mensen die het inferno min of meer hadden overleefd. De aard van de verwondingen was in het algemeen hetzelfde namelijk brandwonden en verbrijzelde ledematen.

      De chaos en paniek die er ontstonden direct na de explosie moeten enorm geweest zijn. Een ooggetuige vertelde: "Het was vreselijk om aan te zien. Armen en benen lagen in het rond. Huilende vrouwen zochten hun kinderen en echtgenoten tussen het puin. De gewonden die aan de dood ontsnapt waren sleepten zich voort naar het nabijgelegen hospitaal terwijl zij hun bloed verloren op de straten. De soldaten vluchtten uit de kazernes, al dan niet gewond. Van verschillende officieren was de buik open gereten. Zij die dit gezien hebben konden alleen maar huilen en waren sprakeloos."

      Al gauw werden de Garde Nationale en dragonders ingezet om de orde te handhaven en plunderingen te voorkomen. De berging en zeker de identificatie der slachtoffers was een vreselijke en hopeloze zaak. Vele nabestaanden zochten nog dagen lang, meestal tevergeefs, in het puin naar omgekomen familieleden. De resultaten der identificaties zijn niet meer te achterhalen. Dit, omdat het archief tijdens de oorlog van 1914-18 veel brandschade heeft opgelopen en vele registers zich in een zeer slechte toestand bevinden. Een lijst, verstrekt door de pastoors van verschillende parochies, spreekt van vijf en negentig doden, als volgt verdeeld: St. Michiel 28, St. Jean I'Evangelist 17, St. Loup 8 en St. Jean Baptist 22. In de laatste parochie werd Theodorus in 1786 geboren.

      Totaal onbekend is het resultaat der identificaties van de "vreemde" marktbezoekers, mensen dus afkomstig van buiten de stad. Vast staat echter dat vele tientallen doden onherkenbaar waren en derhalve niet in de overlijdensregisters werden opgenomen.

      Vanwege het feit dat vele slachtoffers kostwinner waren van zeer arme gezinnen, raakte hierdoor een groot gedeelte der nabestaanden letterlijk aan de bedelstaf. Zij bleven achter zonder inkomen of enige bijstand.

      De particuliere hulpverlening, in de vorm van geldinzamelingen kwam slechts zeer langzaam op gang. Pastoors stuurden lijsten met namen der ergst getroffenen naar de Staten, teneinde iets te bereiken voor hun parochianen. Ook werden er lijsten met schadeclainis naar Brussel gestuurd, doch deze liepen veelal vast in de ambtelijke molens.

      Het moet gezegd worden dat het "Rampenplan" van de stad zeer traag verliep en nog in "volle" gang was toen vier jaar later, in 1794, het Franse leger de stad binnentrok.

      Vele mensen leefden toen reeds jaren in erbarmelijke omstandigheden, vooral toen de eerste emoties voorbij waren en hierdoor de particuliere steun verwaterde.

      De Fransen vestigden er een nieuw bestuur en hadden blijkbaar geen boodschap aan een erfenis uit 1790, zodat er geen verdere akties meer ondernomen werden om het lot der slachtoffers enigszins te verlichten. Hierdoor sleepten de gevolgen van dit drama zich voor velen voort tot aan hun dood.

      Hiermee dit relaas afsluitende wil ik nog de oorzaak vermelden van deze explosie. Uit het onderzoek bleek dat de arbeiders gedurende het werk in het kruitmagazijn rookten ... !
      De oorzaak moest derhalve aan "onzorgvuldigheid" toegeschreven worden!

      Grotendeels overgenomen uit:

      L.I. Gubbels: Een kruitexplosie te Namen op 30 oktober 1790
      (verschenen in Limburgs Tijdschrift voor Genealogie 1992, jaargang 20 pag. 115-116)
    Kinderen 
     1. Theodore Pieters,   geb. 24 jun 1786, Namen, Namen , Belgium Zoek alle personen met gebeurtenissen in deze plaats,   ovl. 3 jan 1831, Maastricht, Limburg, Netherlands Zoek alle personen met gebeurtenissen in deze plaats
    Laatst gewijzigd op  13 okt 2012 
    Gezins-ID  F118  Gezinsblad

  • (Levens)Verhalen
    Kruitexplosie te Namen op 30 oktober 1790
    Kruitexplosie te Namen op 30 oktober 1790

  • Aantekeningen 
    • Omgekomen bij de ontploffing van het kruitmagazijn

      (uit de huwelijksbijlage van zoon Theodoor).
      Marie Catharina, dochter van schipper Guillaume Belaire en Marie Angelique Bourgeois