Starter van het familiebedrijf.

Johannes Hubertus Kerbusch link zie generatie IV, de starter van het familiebedrijf vestigde zich volgens het bevolkingsregister op 12 december 1867 in Maastricht (dat is voor zijn huwelijk). Hij trouwde op 26 oktober 1870 met Maria Anna Knipsadeler. Vanuit Maastricht ging hij, waarschijnlijk rond 1875, even naar Luik (België) om zich daarna voorgoed in Maastricht te vestigen. Hij woonde eerst op het Vrijthof nummer 1785 (later nr. 39). In het adressenboek van Maastricht van 1884 staat J.H. Kerbusch voor het eerst vermeld als rijtuigverhuurder wonende Vrijthof 1785. In dit jaar moet hij begonnen zijn met zijn Paarden-Omnibusbedrijf. Vanaf 6 oktober 1890 gaat hij wonen op St.Servaasklooster 12 en vanaf 07-09-1892 op de Brusselsestraat 45.

Attributen van het familiebedrijf

briefhoofd

stempel lijkenwagen

briefhoofd uit 1902

stempel lijkenwagen

vloeiblad

visitekaartje

vloeiblad

visitekaartje

Paarden-Omnibus

Twee particuliere ondernemingen, de Maastrichtse Omnibus-Maatschappij (MOM) en de Onafhankelijke Omnibusdienst van stalhouder J.H.Kerbusch, verzorgden 12 jaar lang de verbinding tussen het station en het centrum van de stad. Schertsend noemde men deze omnibus in de volkstaal: hommelebös en rommelebös. Op 5 juli 1884 verschijnt de particuliere 'Paarden-Omnibus' voor het eerst in het stadsbeeld [litt 1]. Het openbaar vervoer in de stad was een feit. Maastricht werd verrast met de zogenaamde Omnibus van Kerrebusch.

paardenomnibus

omnibus van Kerrebusch

De Paarden-Omnibus van de Maastrichtse
Omnibus-Maatschappij in de Wycker Brugstraat
op weg naar de Maasbrug;

De paarden-omnibus van Kerbusch

De Maastrichtse Omnibus-Maatschappij vertrok 's morgens om half zeven, met een met twee paarden bespannen rijtuig, vanaf de Boschstraat naar het station. Het arriveerde daar ongeveer tien minuten voor zeven en gaf aldus aansluiting op de vertrekkende treinen van 7.00 en 7.17 uur en de aankomende treinen van 6.55 en 7.11 uur. De dienstregeling was volledig afgestemd op de treinenloop. De Maastrichtse Omnibus-Maatschappij reed vanaf de Boschstraat via de Markt, Grote Gracht, Brugstraat naar het station, een traject van bijna twee kilometer, Kerbusch bereed met één wagen de route Brusselsestraat, Vrijthof, St. Jacobsstraat, Witmakersstraat, Cortenstraat, Onze Lieve Vrouweplein, Wolfstraat, Maastrichter Brugstraat enz. naar het station. De MOM had vier wagens en acht paarden, Kerbusch één wagen en twee paarden. In 1888 stonden de Omnibussen en de paarden van de MOM gestald in de remise op de Boschstaat.

Veertien maal per dag werd de route Boschstaat-Station vice versa afgelegd, tussen 's morgens zes en 's avonds tien uur. Dagelijks maakten gemiddeld 170 reizigers gebruik van de Omnibus, hetgeen per rit een bezetting van zes personen betekende. De Omnibus deed haar naam 'Voor Allen' geen eer aan, want lang niet alle reizigers maakten er gebruik van en dat feit werd in de nadagen van de Omnibus, toen deze haar hand moest ophouden bij de gemeente breed uitgemeten. De rit met een Omnibus maakte je trouwens niet voor je plezier, het was een herrie van jewelste. De hoeven van de paarden kletterden op de keien en de Omnibus werd dan ook 'de rammelkast' genoemd. Bovendien was er geen behoorlijke vering aanwezig zodat de reizigers flink door elkaar werden geschud.

Eén voordeel had dat geraas: van aanrijdingen met dodelijke afloop is in die twaalf jaar geen sprake geweest. Wel kwamen er regelmatig botsingen voor met alle mogelijke obstakels, bijvoorbeeld bij te kort genomen bochten. Voor zover bekend, dreigde het slechts eenmaal echt fout te gaan. In 1885 botste een Omnibus tegen de trein, op de toen nog bestaande overweg in het verlengde van de Stationstraat, die een onderdeel was van de rijksweg naar het noorden.

De Maastrichtse Omnibus-Maatschappij heeft slechts over de jaren 1884 en 1885 aan haar aandeelhouders divident kunnen uitkeren, vervolgens enige jaren quitte gespeeld en in de jaren 1890-1892 een aanzienlijk verlies geleden. De maatschappij stond er in 1893 treurig voor. In 1893 legde de maatschappij vol vertrouwen haar lot in handen van het gemeentebestuur, opende de boeken en vroeg 800 gulden subsidie. De maatschappij moest overigens genoegen nemen met 600 gulden, het exploitatietekort over 1892.

In 'Pak de Bus, Openbaar vervoer in Maastricht 1884-1994 ' van A.H. Jenniskens lezen we: De Maastrichtse Omnibus deed een poging om 600 gulden subsidie te krijgen van de Gemeente. De zogenaamde "Onafhankelijke Omnibus onderneming" van stalhouder Kerbusch die al jaren dapper naast de Maastrichtse Omnibus had bestaan wilde natuurlijk niet achterblijven en vroeg eveneens subsidie. Kerbusch bereed met een wagen de route Brusselsestraat, Vrijthof, St. Jacobsstraat, Witmakersstraat, Corten-straat, Onze Lieve Vrouweplein, Wolf-straat, Maastrichter Brugstraat enz. naar het Station. Een klein rekensommetje leerde dat de "Onafhankelijke" werkte met één vierde van het materieel van de Maastrichtse, dus ontving zijn maatschappij 150 gulden.

Er bestaan trouwens een aantal liedjes over de Omnibus van Kerbusch. Het eerste en het tweede heb ik ontvangen van Tiny Feij

Liedjes over de omnibus

  • Liedje 1: Al in d'n Omnibus ,
    (gezongen door Tiny Feij) (overgenomen uit de "Opregte Mestreechter Almanak" van 1885). link Al in d'n Omnibus
  • Liedje 2: De Nuyen Tram,
    (gezongen door Tiny Feij. Een oud Maastrichts uit 1898 lied van L. Wijsen. De Nuijen Tram was in die tijd de trots van Maastricht. Opmerkelijk is dat ik twee versies gevonden heb van hetzelfde lied. Eén van de coupletten van dit lied gaat over het verdriet van de familie Kerbusch na de invoering van de zogenaamde gaastram. link versie 1: De Nuyen Tram link versie 2: De Nuyen Tram
  • Liedje 3: De zelfstandigen Omnibus vaan Kerrebusch gemaakt in 1890 door J.Kurris,zijn gedicht werd bekend als het levenslied over de Omnibus van Kerbusch. Volgens een artikel in De Gazet van Limburg uit 1971 zou dit lied drie coupletten hebben, alhoewel er mensen waren die beweerden dat het er vijf moeten zijn. Dit laatste wordt echter betwijfelt omdat couplet 4 en 5 van een sarcastisch pessimisme zijn, wat niet de geest is van de drie andere. link De Zelfstandigen Omnibus
  • Liedje 4: D'n Omnibus (omstreeks 1900 gezongen door mevr. Bastiaens-Jacob) link D'n Omnibus

Hieronder worden liedje 1 en liedje 2 ingezongen door Tiny Feij:

Al in d'n OmnibusTinyFeij De Nuyen TramTinyFeij

De Rijtuigen van Kerbusch

Terwijl de Paarden-Omnibussen nog door de stad gingen is J.H.Kerbusch begonnen met rijtuigen. In het adressenboek van 1884 van Maastricht is J.H.Kerbusch te vinden als rijtuigenverhuurder.

rijtuig

Rijtuig van de familie met als koetsier Johannes Hubertus Kerbusch en zijn zoon Jef (opa van Leslie en Angelique),

De Gastram

Terwijl de Omnibussen nog door de straten reden beraadde men zich over de invoering van een vervoermiddel op rails.In 1896 besloot de gemeente tot de aanleg van een gemeentelijke gastramlijn (de Gaastram. Op 22 april 1896 maakt de Maastrichtse gastram haar eerste rit van het station over de brug richting Vrijthof. Het trammetje heeft veertien zitplaatsen, zeven sta-plaatsen. Echt een succes is de gastram niet want je kunt zo ongeveer beter lopen. De maximale snelheid is 12 kilometer per uur en gemiddeld rijdt het ding slechts zes kilometer per uur. Aan de voet van de brug moeten de passagiers uitstappen omdat de tram met volle belasting de helling niet haalt.
Meer dan zes jaar van 1896 tot 1902 reed deze Maastrichtse tram door de straten. In het begin 532 passagiers per dag een aantal dat steeds terugliep en in 1901 waren het er nog maar ongeveer honderd. De rijtuigen waren zo slecht, dat zij door het schudden en schokken op de rails uit elkaar trilden. Bovendien hadden de passagiers heel veel last van de smeerolielucht omdat locomotief en rijtuig een geheel vormden. De remise van de trams was aan het Lindenkruis. In 1903 wordt de gastram vervangen door een paardentram. Bij het urinoir aan het Cörversplein staat een tweede paard gestald om de tram de brug over te trekken. Een ritje kost 5 cent.

gaastram)

gaastram

gaastram

gaastram

gaastram

gaastram

De Paardentram

De paardentram volgde in 1903 de gastram op had een voordeel ten opzichte van de oude Omnibussen, ze konden namelijk gebruik maken van de rails. He tracé werd ingekrompen tot de ruim anderhalve kilometer van Boschstraat tot station, zoals het destijds van de omnibus van de MOM had bestaan.

Onderstaande foto's hangen bij de jongste zoon van Johannes Hubertus (generatie IV) Harrie Kerbusch in het trappenhuis.

paardentram

paardentram

open paardentram

De paardentram op de lijn Station-Vrijthof-Boschstraat. De open wagen lijkt nog duidelijk op een koets. Voor de helling van de St-Servaasbrug werd bij de Rechtstraat een tweede paard ingespannen, dat op het Corversplein op stal stond.

paardentram in Maastrichter Brugstraat

De Maastrichtsche tram houdt halt in de Maastrichter Brugstraat' koetsier en conducteur scheppen een luchtje, terwijl het paard (de legendarische Baja?) een etalage bekijkt; op de achtergrond de Grand Bazar (foto 1907).

Taxi's

Na 1930 schoten taxibedrijven als paddenstoelen uit de grond. De taxi's van Kerbusch hebben gelopen tot ca 1942. In de tweede wereldoorlog was de benzine zo schaars dat de familie besloot om te stoppen.

taxi van Kerbusch

De taxi's bij het station, met op de voorgrond Toin Kerbusch

Literatuur:

  • Tiny Feij, zangeres van Maastrichtse liedjes ;
  • Ingrid M.H.Evers, 'Ach Lieve Tijd' , 'Maastrichtenaren en het verkeer'; 
  • A.H. Jenniskens , 'Pak de Bus, Openbaar vervoer in Maastricht 1884-1994'; 
  • Gemeente Archief Maastricht, Briefhoofden