Bartelet generatie III

Sjang

Gezin:
Johannes Jozef (Sjang) Bartelet (1875-1958)
kwartiernummer 10

Anna Pieters

Sjang Bartelet

Anna Pieters

Vader

Johannes Jozef (Sjang) Bartelet is geboren te Maastricht op 25 juli 1875 als zoon van Christiaan Hubertus Bartelet en van Helena Berkhof. Sjang is overleden te Maastricht op 26 november 1958. Zijn beroepen waren: aardewerker, wolwever, portier en magazijnmeester in de tabaksfabriek van Philips aan de Tongerseweg.

Adressen:

  • 27-05-1903: Maastrichter Heidenstraat 7;
  • 5-9-1903: Achter de Barakken 4;
  • 8-11-1904 Achter de Barakken 16;
  • 19-7-1905 Grote Looierstraat 12;
  • 16-5-1906 Kleine Looierstraat 17;
  • 16-2-1907 Tongersestraat 33;
  • 13-2-1908 Batterijstraat 48a;
  • 16-5-1908 Kleine looierstraat 10;
  • 13-9-1911 Maagdendries 21;
  • 15-3-1912 Capucijnenstraat 48;
  • 5-2-1919 tot aan zijn dood in 1958 Gerard van Wermweg 10.

Gerard van Wermweg

Na een bombardement op 27-11-1941 was het huis (Gerard van Wermweg 10)een tijd lang onbewoonbaar.

Huwelijk

Sjang trouwde tweemaal, te weten met:

Huwelijk met Barbara Loffeld

Sjang Bartelet (27 jaar) trouwde de eerste keer te Maastricht op 27 mei 1903 met Barbara Elisabeth (Berb) Loffeld (wolweefster, 25 jaar) geboren te Maastricht in de Bogaardenstraat 1377 (nu 7) op 04-12-1877, dochter van Wilhelmus Jacobus Loffeld en Johanna Geertruida (Trui) Ritschi. Berb Loffeld overleed op 28-jarige leeftijd aan buikvliesontsteking vanwege blindedarmontsteking in de Groote Looierstraat 12 Maastricht op 4 mei 1906. Willem Loffeld de vader van Berb was schoenmaker en geboren in Millingen (Gelderland) op 09-08-1836. Hij stierf te Maastricht op 17-11-1906. De moeder van Berb (Trui Ritschi), is geboren te Maastricht op 15-11-1838. Ze kreeg zeven kinderen. Trui was voordat ze trouwde met Willem op 27-04-1870 al weduwe van Theodoor Willem Schimmel.

link Voorouders: Berb Loffeld

Huwelijk met Anna Pieters

Sjang trouwde op 33 jarige leeftijd voor de tweede keer te Maastricht op13 september 1911 met Anna Pieters, geboren te Maastricht op 6 november 1877 als dochter van Joannes Hubertus Everardus Pieters en Anna Margaretha Mulkens. Zij woonde Achter de Molens 2311 (nu 6). Anna overleed te Maastricht op 3 november 1955.

Vanaf 30-10-1920 woonde er in het gezin ook een pleegzoon: Hubertus Michael Bergenhuizen, geboren op 19-07-1920 in Heerlen, zoon van Maria Agnes Bergenhuizen, die eerst verbleef in St.Geertruid en later Prins Bisschopsingel 22.

Kinderen

Kinderen van Sjang Bartelet en Berb Loffeld

Truus Bartelet

  1. Johanna Geertruda (Truus) Bartelet, geboren te Maastricht op 18 februari 1904. Truus trouwde te Maastricht op 13-08-1926 met Jean Geelen (zoon van Joannes Geelen, tuinier, betonwerker en Maria Barbara Noben, Lanaeken Belgische nationaliteit). Truus overleed te Maastricht op 4 augustus 1981 in het verpleegtehuis Klevarie. Jean stierf op 02-06-1983 te Herzogenrath. Ze kregen zes kinderen: Annie, Mia, Elly, Berthie, Fons en Mieke.
  2. Wilhelmus Jacobus (Giel) Bartelet werd geboren te Maastricht 25 april 1905. Hij trouwde aldaar op 24-03-1937 met Mia Booying, dochter van Sjoerd Booying en Maria Hubertina Finders. Hij overleed te Maastricht op 29 december 1982, na slechts 1 week in de verpleegkliniek Klevarie verpleegd te zijn. Mia werd 88 jaar en overleed op 16-10-1996. Giel en Mia kregen twee zonen: Sjo en Jef.

Giel

Kinderen van Sjang Bartelet en Anna Pieters

Cies

  1. Francisca Maria (Cies) Bartelet, geboren Maastricht 1 september 1912 in de Capucijnenstraat 48. Cies werd op 4-jarige leeftijd blind. Ze haalde desondanks aan het conservatorium van Luik twee diploma's piano moyenne 1 avec la plus grande distinction en piano supérieure 1er degré par acclamation. Cies bleef ongehuwd en overleed te Maastricht (50 jaar) op 16 februari 1963;
  2. Anna Margaretha Bartelet, geboren Maastricht 21 augustus 1914 in de Capucijnenstraat 48, overleed te Maastricht (oud 16 maanden) op 24 december 1915;
  3. Annette Bartelet geboren te Maastricht in de Capucijnenstraat 48 op 14 november 1916, overleed op 21 september 2006.
  4. Ludovicus (Louis) Bartelet werd geboren op 7 januari 1919 in de Capucijnenstraat 48. Louis trouwde te Maastricht op 04-09-1942 met Gerardine Michel dochter van Francois Michel (afkomstig uit Brussel en genaturaliseerd) en Anna Petri Michel. Gerardine is geboren te Maastricht op 20-11-1918. Louis overleed op 10 maart 2001 te Maastricht. Ze kregen drie dochters: Ans, Marij en Kitty.
  5. Mieke Bartelet werd geboren op 24 juli 1923 te Maastricht in de Gerard van Wermweg 10. Mieke Bartelet trouwde te Maastricht op 11-05-1951 met Frans Gotwalt, zoon van Franciscus Willem Gotwalt en Maria Catharina Margaretha Lardinois. Mieke overleed op 71-jarige leeftijd op 28 juli 1994 in verpleeghuis Klevarie na een jarenlang verblijf aldaar. Ze kregen twee kinderen: Annemie en Peter.

Louis

Annette

Mieke

Louis

Louis

Kinderen Bartelet: vlnr Giel, Annette, Truus en Cies in 1917

Kinderen Bartelet: vlnr Louis, Annette en Cies in 1921


Bartelet Generatie IV

Christiaan Hubertus Bartelet

Christiaan

Gezin:
Christiaan Hubertus Bartelet(1850-1909)
kwartiernummer 20

Wapen Maastricht

Wapen Maastricht

Vader

Christiaan Hubertus Bartelet is geboren te Maastricht op 11 augustus 1850 in de Sint Pieterstraat 551 (13), als zoon van Johannes Hubertus Bartelet , linnenwever en Maria Agnes Becker. Christiaan Hubertus overleed te Maastricht 14 mei 1909. Het beroep van Christiaan was Wollenwever. Hij werd in eerste instantie goed gekeurd voor militaire dienst. Volgens het militieregister was hij 1m en 68,6 cm en had hij een ovaal aangezicht, een gewoon voorhoofd, bruine ogen een brede neus, een ronde kin, een grote mond, bruine haren en bruine wenkbrauwen. Bij de loting had hij echter puur geluk, hij werd vrijgesteld van dienstplicht, omdat het hem ten deel gevallen nummer bij loting buiten oproeping gebleven zijnde, hem tot geen dienst heeft verplicht. Van Christiaan is een Nationaliteitsbewijs aanwezig in het archief i.v.m. werk als wever in Aken.

Huwelijk

Christiaan Hubertus trouwde tweemaal, te weten met:

Huwelijk met Helena Berkhof

Christiaan trouwde toen hij 23 jaar was te Maastricht op 24 juni 1874 met Helena Berkhof. Helena was 19 jaar, fabriekswerkster, geboren op 25-08-1854 en dochter van Nicolaas Berkhof (schoenmakersgezel) en Anna Gods. Voor beide echtelieden is een attest van onvermogen afgegeven. Vader en moeder zijn bij de huwelijksvoltrekking aanwezig, maar tekenen niet. De bruidegom ondertekent gewoon met Bartelet zonder meer; de bruid met Berkhof.Wanneer Helena overlijdt (gestorven 31-03-1901, 46 jaar, in de Sint Pieterstraat 41) zijn alle kinderen nog thuis, waarvan de meesten minderjarig. Nu zal Francisca wel de moederrol op zich genomen hebben, maar die vliegt in 1902 uit. Ook de oudste zonen Johannes Jozef en Valentin trouwen respectievelijk in 1903 en 1902. Christiaan zit met een vijftal hele jonge kinderen en daarnaast is hij pas 51 jaar. Geen wonder dat hij op zoek gaat naar een nieuwe vrouw en moeder en die vindt in Geertruda Johanna Visser, weduwe van Nicolaas Herben en notabene schoonmoeder van zijn zoon Valentin.

Familie Berkhof: Nicolaas Berkhof (generatie VI, kwrtnr 42) werd geboren te Maastrichtop 1 augustus 1807 als zoon van Jans Berkhof en overleden in Maastricht op 24-07-1855. Jans Berkhof de vader (generatie VII, kwrtnr 84) is geboren in 1772 en overleden in Terneuzen op 26 juli1827. De moeder van Nicolaas was Maria Agnes Heinen. Nicolaas trouwde te Maastricht op 25-08-1836 met Anna Gods. Anna werd geboren te Maastricht op 8 juni 1815 als dochter van Gerard Gods en Maria Elisabeth Kalsman, ze overleed te Maastricht op 8 januari 1877. Maria Elisabeth Kalsman werd geboren in 1779 en is overleden op 04-11-1826.

Huwelijk met Geertruda Hermina Johanna (Trui) Visser

Toen Christiaan 53 jaar was trouwde hij voor de tweede keer te Maastricht op 19 augustus 1903 met Geertruda Hermina Johanna (Trui) Visser, 48 jaar, weduwe van Nicolaas Herben. Geertruda sterft op 83-jarige leeftijd te Venlo in 1938.

Kinderen

logo Bartelet
  1. Johannes Jozef (Sjang) Bartelet;
  2. Maria Agnes Bartelet, geboren te Maastricht op 13 augustus 1877, overleed, 14 mnd op 6 oktober 1878;
  3. Cisca Bartelet, geboren 25 september 1879,trouwde met Sjeng van Riemsdijk uit Saargemund, Pruissen Cisca overleed te Tilburg op 27-06-1939;
  4. Valentin (Ties) Bartelet, geboren 13 januari 1882, trouwde met Trui Herben te Maastricht op 29-10-1902. Valentin overleed te Dison-Verviers op 8 augustus 1959;
  5. Clement Bartelet, geboren 11 februari 1884, trouwde te Maastricht op 6-3-1907 met Anna Steijns. Clement overleed op7 april 1919. Clement stierf aan astma (pottemennekeskrenkde);
  6. Louis Bartelet, geboren 19 februari 1886, trouwde te Maastricht met Hubertine Christophe. Louis sterft te Maastricht op 16 september 1973;
  7. Hendrika Bartelet, geboren 9 mei 1889, overlijdt op 4-jarige leeftijd te Maastricht op 3 september 1892;
  8. Marie Bartelet, geboren 30 oktober 1890, trouwde te Meersen op 22-02-1913 met Sjeng Soeters, een kleermaker uit Venlo. Marie sterft op 17-11-1964 op Klevarie;
  9. Annette (Net) Bartelet, geboren 8 november 1892, trouwde te Maastricht op 17-5-1916 met Petrus Hubertus Baltussen, automobielbestuurder. Petrus Hubertus is geboren te Maastricht op 27-4-1890 en is gestorven aldaar op 25-2-1963. Net was meter van Annette Bartelet (oma van Leslie en Angelique Maes)(generatie III) en overleed te Maastricht op 17 augustus 1958;
  10. Jules Bartelet, geboren 17 januari 1894, trouwde te Maastricht met Tine Steijns. Hij overleed te Tegelen op 29 januari 1978;
  11. Pie Bartelet, geboren 2 juni 1896, trouwde te Maastricht op 1-12-1922 met Christine Wijkman. Hij overleed te Maastricht op 22 juni 1970.
Louis
Cisca Marie
Valentin Net
Clement Jules
Pie

Geschiedenis

Kleine Looierstraat (overgenomen van Jef Bartelet: "Zeuktoch nao 'n Mestreechter femilie" Je zou bijna gaan denken dat de Kleine Looierstraat favoriet was bij de Bartelets. Het lijkt wel op een familie-Mekka: minstens één keer in je leven moet je er eens korte of langere tijd langs' zijn geweest. In een periode van honderd jaar (1840-1940) tref je er eenentwintig verschillende familieleden aan die daar met hun gezin gewoond hebben en daarbij bijna alle huizen in die straat van binnen gezien hebben. Kun je dat toeval noemen, of zijn er mogelijk enkele factoren aan te wijzen die dit in de hand gewerkt hebben zoals beroep, huizenaanbod, financiële (on)mogelijkheden, de familieband of andere sociale omstandigheden? Wie het weet mag het zeggen. Veel vragen en weinig of geen antwoorden, want een reden om te verhuizen vind je nergens vermeld. Dan is 't, het beste de feiten voor zich te laten spreken, zodat ieder daar zijn eigen conclusies uit kan trekken.

Looierstraat

De Kleine Looierstraat in het Jekerkwartier. Zoals de naam al zegt: van oudsher in gebruik bij de looiers die voor hun werkzaamheden afhankelijk waren van het water van de Jeker die midden door deze straat stroomde. Aan de noordzijde stonden de huizen pal aan het water, verbonden door vele bruggetjes met de andere zijde, waar naast een smalle rijweg nog plaats bleek te zijn voor plaatsen in privébezit die in gebruik waren als werkplaats langs het water (waar huiden op raamwerken werden gespannen?). Een looiersbuurt was in zoverre berucht en van ver al herkenbaar aan de doordringende reuk (zeg maar stank) die rond zo'n concentratie van leerlooiers-aktiviteiten hing. Iemand die de keus had, wachtte zich er wel voor op zo'n plek te gaan wonen, zou je zo denken. De looiers waren tot 1900 nog redelijk actief op deze plek in het Jekerkwartier. De meeste huizen in de Kleine Looierstraat waren in die tijd eigendom van een handjevol welvarende looiers (Nijpels, Ghijsen, Schaepkens, Weustenraadt), die of er zelfs niet eens woonden, of een enkel huis in gebruik hadden (meestal ook nog maar een gedeelte) voor eigen bewoning en leerlooierij; de rest was aangekocht als beleggingspand waarin, gesplitst over voor- en achterbouw(en) zo veel mogelijk mensen werden ondergebracht. De Kleine Looierstraat was op die manier een echte volksbuurt waar vanwege de overbevolking de huizen uitgewoond werden. Het geeft wel een beeld van de sociale status van de Bartelets. Zij hadden verder niets te maken met de leerlooierijen, in welke vorm dan ook. De meeste Bartelets waren wever. Nu stond er pal aan de overzijde van de nummers 29,31 en 33, die bij de Bartelets als woonplaats 'in trek' waren, een textielfabriek, eerst van Delnoz, later van Regout. Ook aan de nabijgelegen Bonnefantenbleek was zo'n weeffabriek, die van Hanckar. Verschillende Bartelets werkten zeker in de dekenfabriek van Regout. Zou dit hun woonkeuze (mede) bepaald hebben? Vermoedelijk heeft de aanwezigheid van familieleden (Weten jullie soms of er bij jullie in de buurt misschien nog iets vrij is?) in deze arbeidersstraat (lage huren?) een rol gespeeld; maar nogmaals, het blijft gokwerk. 
Naast vele andere Bartelets (zie het boek van Jef Bartelet) woonde Christiaan Bartelet, wolwever, ook al 7 jaar thuis op nr. 31, toen hij in 1874 bij zijn huwelijk met Helena Berkhof naar elders vertrok. In 1878 was hij weer terug en bleef daar -met tussendoor een drie maand durend uitstapje naar de Jekerstraat - wonen tot 1880, toen hij naar Aken vertrok. Van 1883 tot 1887 is in ieder geval zijn vrouw met de kinderen weer terug op nr. 31. Later wordt Christiaan weer (na 1888?) bij zijn gezin bijgeschreven. Hij kan echter nooit permanent ver uit de buurt geweest zijn, want tussen 1884 en 1887 worden nog twee kinderen geboren. In 1901 woont hij een blauwe maandag op nr.16. Ook met zijn tweede vrouw, Trui Visser, blijft Christiaan een verhuisachtig type, ook in deze straat: 1906-1907 op nr. 7; 1908-1908 op nr. 21; 1908-1909 op nr. 8. Een andere broer, Clemens, wolwever, gehuwd met Maria Anna Corbee, woont eveneens als jongeman van 1867 tot 1876 thuis op nr. 31. Na zijn huwelijk verhuist hij wel 19 keer! Daarbij doet hij ook een paar keer de Kleine Looierstraat aan: nr. 6 van 1899-1902 en nr. 4a van 1911-1914.  Als kind is Sjang Bartelet, wolwever, ook gedeeltelijk opgegroeid in de Kleine Looierstraat (zie Bartelet-Berkhof 1878-1880 en 1883-1887). Na het vroegtijdige overlijden in 1906 van zijn vrouw Berb Loffeld komt hij als weduwnaar met twee zeer jonge kinderen nog twee keer in de straat terecht: nr. 17 van 1906-1907 en nr. 10 van 1908-1911. Zus Francisca woonde tussen 1902 en 1914 achtereenvolgens op 17,8 en 10.


Bartelet generatie V

Wapen Maastricht

Gezin:
Johannes Hubertus Bartelet (1815-1903)
kwartiernummer 40

Wapen Maastricht

Vader

Joannes Hubertus Bartelet geboren te Maastricht op 18 mei 1815 als zoon van Christiaan Bartolet en Maria Anna van Eijsden. Joannes Hubertus overleed te Maastricht op 16-12-1903. Het beroep van Joannes was wollenwever.

Huwelijk

Johannes Hubertus trouwde te Maastricht op 21-06-1838 met Maria Agnes Becker. Maria Anna werd geboren te Maastricht op 22-07-1815 als onwettige dochter van Antoon Becker en Margaretha Jeuckens. Antoon was flankeur in het 1e bataillon 2e regiment ligte infanterie van Nassau, in Maastricht gelegen in het garnizoen . Aanwezig bij het huwelijk was Maria Anna van Eijsden, 52 jaar. Maria Agnes Becker kan bij haar huwelijk niet de benodigde toestemming van haar ouders overleggen vanwege het feit dat deze in 1823 of 1824 de stad verlaten hebben en sedert dien tijd hoegenaamd geene tijding meer van zich hebben gegeven en dat men omtrent hun bestaan of verblijf ook niets meer vernomen heeft. Van deze verklaring wordt met getuigen door de vrederegter een brevet van openbare kennelijkheid opgemaakt. Blijkbaar hebben pa en ma Becker hun dochter op 8-jarige leeftijd in de steek gelaten en zijn met de noorderzon vertrokken. Gelukkig is er nog de moederlijke grootmoeder Maria Catherina Heunders, 86 jaar oud, die zich mogelijk over het kind ontfermt heeft en haar consent aan de echtelieden kan geven, anders hadden ze ook nog op zoek moeten gaan naar een wettelijk benoemd voogd. Is Antoon Becker al niet te achterhalen -hij kan als militair natuurlijk wel overal vandaan komen- ook van Margaretha Jeuckens en haar ouders zijn bijna geen gegevens te vinden, behalve dat grootmoeder Heunders hier 24-01-1844 op Klevarie sterft en geboortig is van Noorbeek. Van grootvader Joannes Jeuckens is niets bekend. Joannes en Maria Agnes blijken niet te kunnen schrijven en overleggen tevens een bewijs van onvermogen. Maria Agnes overleed te Maastricht op 07-05-1900.

Kinderen

  1. Hubertus Bartolet werd geboren te Maastricht op 29-08-1838, trouwde te Maastricht op 08-11-1871 met Hendrika van Golden die geboren is op 30-01-1849 en stierf te Maastricht op 05-06-1910. Hendrika van Golden overleed te Maastricht op 13-05-1924.
  2. Brigitta Bartelet werd geboren te Maastricht op 17-07-1841 en overleed aldaar op 01-12-1841. 
  3. Anna Margaretha Bartelet werd geboren te Maastricht op 23-04-1844, overleed aldaar op 06-11-1845. 
  4. Maria Agnes Bartelet werd geboren in Maastricht op 13-01-1847, trouwde met Edouard Joseph Julien Ledieu, 20 jaar, glasblazer en geboren in Seraing in Belgie op 28-03-1848. Ze hebben dan al een kind, Jan Baptist Bartelet die in Maastricht geboren is op 08-11-1871. Wanneer Maria Agnes en Edouard gestorven zijn is niet bekend.
  5. Christiaan Bartelet;
  6. Gertrudis Bartelet werd geboren te Maastricht op 01-10-1853, trouwde aldaar op 16-04-1879 met Albertus Hubertus Schultze, 26 jaar die geboren is te Maastricht op 21-04-1852 en stierf te Maastricht op 22-09-1898. Gertrudis trouwde voor de tweede keer te Maastricht op 13-02-1899 met Joseph Hubertus Pijpers, geboren op 22-03-1868. Gertrudis overleed te Maastricht op 24-03-1925 en Joseph Pijpers te Maastricht op 13-11-1926.
  7. Clemens Bartelet, geboren te Maastricht op 26-08-1856, trouwde te Maastricht op 22-09-1880 met Maria Anna Corbee die geboren is op 05-05-1859 en stierf te Maastricht op 04-01-1923. Wanneer Clemens overleed is niet bekend
  8. Maria Margaretha Bartelet, geboren te Maastricht op 14-03-1859,en overleed aldaar op 24-04-1862.

Behalve bij de geboorte van zijn eigen kinderen loopt Joannes Hubertus tussen 1852 en 1891 de deur plat bij het stadhuis om als oom en grootvader bij een tiental geboortes en sterftes als getuige op te treden. Hij is een van de eerste Bartelets die de akten mee ondertekent; in het begin met J.H. Bartelet of Bartholet; op latere leeftijd voornamelijk met J. Bartelet. Hoewel, wanneer het hem uitkomt, verklaart hij een paar keer niet te kunnen schrijven. Maria Agnes Bartholet-Becker wordt op 07-02-1895 wegens koorts opgenomen in het ziekenhuis en daar een maand later op 9-3-1895 uit ontslagen. Ze blijkt echter niet in staat te zijn naar huis terug te keren en wordt meteen wegens "ouderdom" opgenomen in het gebrekkigenhuis. Daar blijft ze tot 2-4-1900 en gaat dan weer met koorts naar het ziekenhuis (Abstraat 2, Klevarie), waar ze een maand later overlijdt. De opname van zijn vrouw in het gebrekkigenhuis is de reden om op 22-03-1895 ook Joannes wegens ouderdom daar op te nemen. Daar verblijft hij negen jaar, tot 12-12-1903 en wordt dan met koorts naar het ziekenhuis gebracht, waar hij vier dagen later overlijdt.

Geschiedenis

Woonkazernes:

De woningnood was groot in het 19e eeuwse Maastricht. In de periode 1750-1850 was het aantal huizen binnen de enge gordel van vestingwerken nagenoeg gelijk gebleven, terwijl de bevolking vooral door instroom van het platteland met meer dan de helft toegenomen was, van 15.000 naar 24.000. Rond 1860 woonden in Maastricht 60% van de arbeidersgezinnen in één of tweekamerwoningen, die meer dan de helft van het totale woonbestand uitmaakten. En dat stak nog niet eens zo schril af bij de toestand in andere steden; kun je nagaan!  Bij het aanbreken van de twintigste eeuw was er niets veranderd in deze situatie. In 1917 nog trok monseigneur Poels in zijn bekende Noodkistrede' fel van leer tegen de woningnood in Maastricht: 1986 éénkamerwoningen! Weet gij welke afgrond van ellende onder dat koude officiële cijfer verborgen ligt? ...1986! Dat getal moet de aanduiding zijn van de Antichrist!' Poels legde een duidelijk verband tussen de erbarmelijke woonomstandigheden en tuberculose ('de woningziekte'), zuigelingensterfte (bijna 19%) en kindersterfte tot vier jaar (13,5 %), waarmee Maastricht ruim boven de landelijke cijfers uitkwam.Deze relatie was echter al veel langer bekend. Maar de overheid bemoeide zich vanuit de liberale gedachte niet met de huisvesting van arbeiders. Dat was niet haar taak, maar een zedelijke plicht van de fabrikanten, vond men. Die waren over het algemeen daartoe wel bereid, maar er was weinig plaats voor nieuwbouw in een stad die bekneld zat binnen een ring van vestingwerken. Daardoor kwam er geen verbetering in de situatie maar verslechterde eerder nog. Ook de arbeider scheen bevangen door de 'geest van de tijd, schikte zich gelaten in zijn lot en was niet bereid (of kon dat meestal ook niet) meer geld voor beter woongenot uit te geven.Er waren wel fabrikanten die zich inzetten voor huisvesting van hun eigen arbeiders, want het hemd is natuurlijk altijd nader dan de rok. Maar bij gebrek aan overheidssteun en zelfs duidelijke tegenwerking op gemeentelijk niveau, was de uitwerking daarvan marginaal. De arbeiders, om over de echte armen nog maar eens niet te spreken, waren constant op zoek naar goedkope woonruimte en vonden veelal hun toevlucht in uitgewoonde, vochtige, dompige burgerhuizen met vaak niet meer dan één kamer per gezin en nauwelijks voorzieningen op hygiënisch gebied. In sommige buurten - met name het Boschstraat- en het Stokstraatkwartier - werden de weinige open ruimten ook nog eens volgebouwd, wat krotvorming tot gevolg had en waar lucht en licht nauwelijks toegang hadden.